Hoe een Twentse winkellegende en een jacketspecialist met roots in het leer samen het hele jaar door het verschil maken.
In de Koffiekökk’n staat een marskorf in een glazen vitrine. Naast een oude schouw en glasin-loodramen die uit een vorig tijdperk lijken te stammen. En boven dat alles: sheddaken die het zachte noorderlicht binnenlaten, precies zoals de textielfabrieken dat ooit deden in Oost-Nederland. Je loopt bij Roetgerink in Enter niet zomaar een kledingzaak binnen. Je loopt een winkel met geschiedenis in. En in die geschiedenis past Donders 1860 verrassend goed.
BEGIN BIJ HET BEGIN: EEN MARSKRAMER EN ZIJN KOFFIEBONEN
Het begint in 1854. Christiaan Roetgering — ja, met een g — trekt door de omgeving van Enter met een benne op zijn rug: een mand vol kruidenierswaren, stoffen, fournituren en koffiebonen. Hij koopt zijn waren in bij de Twentse spinnerijen en huisweverijen en verkoopt ze van deur tot deur. De koffieboon doet het verrassend goed. Zo goed dat zijn bijnaam al snel De Boone wordt: een naam die generaties later nog altijd klinkt als mensen het over Roetgerink hebben.
In 1867 opent hij naast zijn huis een vaste winkel. Het café volgt in het begin van de twintigste eeuw, want na de kerk op zondag moesten rekeningen worden betaald en dat ging nu eenmaal beter met een borrel erbij. Langzaam schuift de focus, zeker in de naoorlogse jaren, richting confectiekleding. Pakken zijn gewild, ze moeten betaalbaar zijn en Roetgerink begrijpt dat als geen ander. Zogeheten weeffoutjes: lichte onvolkomenheden die de prijs drukken maar de kwaliteit nauwelijks raken, bezorgen de zaak een reputatie die mensen van heinde en ver naar Enter trekt.
En dan is er nog de kwestie van de naam. Want wie goed oplet ziet dat de familienaam Roetgering is, maar de winkel Roetgerink heet — met een k. Dat heeft een simpele oorzaak: in de vroegere tijd van handmatige inschrijvingen glipte er bij de Kamer van Koophandel een letter in, puur door spraakverwarring. De g werd een k en zo is een administratieve vergissing een handelsmerk geworden. Typisch Twents: je lacht erom en je gaat gewoon verder.
Roetgerink Mode en Schoenen groeide uit van een familiezaak tot hét Modeplein van Twente met ruim 8000 m² aan mode en schoenen. Nu, 172 jaar later, staat de vierde generatie van dezelfde familie aan het roer en is de vijfde generatie recent ingestapt. Maar ondanks alle groei zijn de Twentse gastvrijheid, persoonlijke service en het gratis kopje koffie altijd gebleven.
DONDERS 1860: VAKMANSCHAP DAT ZIJN EIGEN GESCHIEDENIS HEEFT
Zoals Roetgerink zijn wortels heeft in de marskramer die door Twente trok, heeft Donders 1860 zijn wortels in de leernijverheid. Het merk, lang bekend onder de naam DNR begon als fabrikant met een stevige focus op leerjassen en degelijke outerwear. In 2021 koos het bedrijf bewust voor een terugkeer naar zijn historische identiteit en de naam Donders 1860, een verwijzing naar de rijke erfenis van het merk.
Die herkomst is tot op de dag van vandaag voelbaar in elk product. Ook nu het assortiment allang niet meer uitsluitend uit leer bestaat: mixed materials, textieljacks, suède look is de signatuur onmiskenbaar aanwezig. Er zit altijd een stoer randje aan, een ruwheid die he t van marketingmerken onderscheidt. Geert, inkoper bij Roetgerink, omschrijft het kernachtig:
“Wat Donders zo uniek maakt, is dat jullie altijd een beetje die leren look erin houden. Ook in de textieljacks zie je dat stoerdere lookje wel terug. En dat doet écht iets met het uiterlijk.”
Dat is geen toevalligheid, maar een bewuste keuze. Donders 1860 heeft in de loop der jaren de sprong gemaakt van pure leerfabrikant naar een specialistische outerwear-speler die het hele spectrum van materialen beheerst, maar nooit zijn karakter verloor. En dat karakter is precies wat Roetgerink zoekt.
PRODUCTSPECIALIST IN EEN WERELD VOL MARKETINGMERKEN
Er zijn genoeg grote marketingnamen die wel een jack in de collectie hebben. De gevestigde modegiganten: ze snoepen allemaal een beetje in het jassensegment. Een jack hier, een bombertje daar. Maar een echte jassenafdeling? Dat is een ander verhaal. Geert legt het scherp uit: bij
marketingmerken is de jas zelden de focus. Bij een productspecialist als Donders 1860 is het de kern van het bestaan.
En dat maakt het verschil. Roetgerink wil geen jassen van leveranciers die jassen erbij doen. Roetgerink wil een partner die er alles van weet: van pasvorm en materiaal tot seizoen en stijl. Iemand die meekijkt, meedenkt en meebeweegt. En die kennis zit bij Donders 1860 diep in de organisatie.
Dat is het soort samenwerking dat Roetgerink koestert. Geen koude leverancierklantverhouding, maar een wederzijds begrip dat door jarenlange ervaring is opgebouwd. De vertegenwoordiger van Donders 1860 kent de klant van Roetgerink. Hij weet welke pasvorm werkt, welk materiaal aanslaat, welke kleur te gewaagd is voor deze doelgroep en welke juist net uitdagend genoeg.
HERFST ÉN LENTE: HET JACK ALS JAARROND CONCEPT
Er bestaat een hardnekkig misverstand over jackets: dat ze een winterproduct zijn. Bij Roetgerink weten ze wel beter. Ook in de lente en zomer gaan er honderden stuks over de toonbank. De klant verandert niet van persoon als de zon
schijnt: hij verandert van jack.
En precies daar heeft Donders 1860 iets belangrijks begrepen. Want de collectie is allang niet meer alleen op de koude maanden gericht. De tussenjacks — lichtgewicht, veelzijdig, draagbaar in de overgangsperiodes — vullen de kloof tussen het zware wintermodel en de zomeroutfit. Het zijn jacks voor de ochtend als het nog fris is, voor het terras als de avond afkoelt, voor de fietsrit naar het werk als de lucht wisselvallig is. Kortom: voor het echte Nederlandse weer, het hele jaar door.
Dan zijn er de suède look jacks. Niet gemaakt van echt leer, maar met een uitstraling die die rijke, warme materialiteit van weleer oproept. Ze ogen luxe, ze voelen premium en ze passen bij de man die kwaliteit kan waarderen zonder dat hij uitleg hoeft te geven over zijn keuze. In de zomermaanden vormen ze bij Roetgerink een van de sterkste Donders-producten. En dan: de shorts. Geert is er duidelijk over, met een glimlach:
“De Donders-short heeft een ruim pasbereik, past perfect en is ook geschikt voor een man met een maatje meer. Kortom; een goede short, voor een heel goede prijs”
In een markt waar shorts makkelijk door de honderd euro heen schieten, positioneert de Donders-short zich slim: betaalbaar, goed passend, onderscheidend door zijn pasvorm. Dat is niet toevallig. Het is de logica van een merk dat zijn klant kent. De man die een goede jas koopt, koopt ook een goede broek voor de zomer en hij wil dezelfde eerlijkheid in het product: degelijk,
zonder fratsen, voor een faire prijs.
Zo is de samenwerking tussen Donders 1860 en Roetgerink in de loop der jaren gegroeid van een herfst/winter-aangelegenheid naar een concept dat het hele jaar werkt. Lente, zomer, herfst, winter: er is altijd een Donders-product dat aansluit op het moment en de klant.
DE KLANT: DICK, OP DE ELEKTRISCHE FIETS
Wie is de man voor wie dit alles bedoeld is? Geert heeft hem omschreven in een van de persona’s die Roetgerink gebruikt voor zijn marketingstrategie. Dick. Een man die niet meer de jongste is, maar ook zeker niet oud voelt. Hij heeft zonnepanelen op het dak, niet omdat hij een fervent milieuactivist is, maar omdat het gewoon verstandig is. Hij rijdt op een elektrische fiets. Hij komt naar Enter omdat hij hier alles op één plek vindt, gratis kan parkeren en goed geholpen wordt.
Dick vraagt niet of zijn jas duurzaam is. M aar hij waardeert het wel als dat zo is. Het is geen koopargument, maar een extraatje. En dat zegt iets over hoe Donders 1860 me t duurzaamheid omgaat: stilzwijgend verbeteren, zonder grote claims. Het proces is het verhaal, niet de marketingboodschap.
Geert legt het treffend uit: als je duurzaamheid te luid communiceert, zeg je impliciet dat de rest van je assortiment dat niet is. En dat is een boodschap die je klant verward achterlaat. Beter is het om het gewoon te doen: in materiaalkeuze, in productieproces, in de levensduur van het product. Daar werken Roetgerink en Donders 1860 stilzwijgend maar consequent aan.
De Donders-klant en (Dick) de Roetgerink-klant zijn dezelfde persoon. Dat is de eenvoud van deze samenwerking. Geen kunstmatige overlap, geen geforceerde match: gewoon twee modebedrijven die hetzelfde type mens aanspreken, op dezelfde manier.
1.000 VIERKANTE METER TOEKOMST
De grootste nieuwigheid bij Roetgerink is tegelijk de meest tastbare: de volledig vernieuwde winkel. 1.400 vierkante meter nieuwbouw, opgetrokken met vijf meter hoge plafonds voor een onmiskenbaar wow-effect bij binnenkomst. Vier sheddaken die indirect daglicht binnenlaten: een bewuste verwijzing naar de textielfabrieken die deze regio groot hebben gemaakt. Binnenkort ook een eigen brasserie, horeca op een nieuwe verdieping, een visagist in het cadeaugedeelte. Roetgerink transformeert zich tot wat het eigenlijk altijd al wilde zijn: een bestemming.
En in die bestemming krijgt de jassenafdeling eindelijk de ruimte die ze verdient. Op de tweede verdieping wordt 240 vierkante meter ingericht als volwaardige jassenafdeling voor heren. Niet langer verspreid over de winkel, niet langer op een minder ideale plek: een duidelijke ruimte met een duidelijke identiteit, ingericht rondom merkbeleving en collectiespecials.
Donders 1860 speelt daarin een rol. De plannen voor merkvormgeving, beleving rondom de collectie en gezamenlijke communicatie worden op dit moment uitgewerkt. Geert heeft er hoge verwachtingen van:
“Ik heb daar al heel vaak met Klaas (vertegenwoordiger van Donders 1860) over gesproken, maar ik verwacht daar echt een gigantische verbetering. Het was vaak nog heel traditioneel gepresenteerd. Nu kunnen we gaan presenteren op thema en doelgroep. Die jassen waren er altijd al, maar de ruimte was gewoon beperkt.”
Met die ruimte erbij verandert alles. Een jas verkoop je niet alleen met het product: je verkoopt het verhaal erbij. Het materiaal, de pasvorm, de gelegenheid. En in een eigen jassenafdeling, met eigen sfeer en eigen presentatie, kan dat verhaal eindelijk volledig tot zijn recht gaan komen.
BELEVING ALS STRATEGIE, SERVICE ALS ONDERSCHEIDING
Roetgerink had al vroeg door wat veel winkeliers nu pas ontdekken: de winkel is geen magazijn, het is een ervaring. Gratis parkeren, gratis koffie, een personal shopping service, een atelier en een eigen taxiservice (de Fashion & Food Cab): het zijn geen extraatjes, het is de kern van de propositie. Dat model past naadloos bij de manier waarop Donders 1860 zijn producten positioneert. Een jas van Donders is geen wegwerpproduct. Het is iets wat je koopt omdat het goed zit, er goed uitziet en lang meegaat. Dat vraagt om een verkoopomgeving waarin de tijd wordt genomen. Waar een verkoper niet alleen het product kent, maar ook de klant. Geert vertelt over de kracht van het Roetgerink team:
“Onze verkopers nemen echt uitgebreid de tijd voor iemand. We hebben ook mensen die bijna met pensioen gaan en daardoor kunnen we echt alle doelgroepen helpen. Mensen komen hier voor een bruiloft, voor een feestoutfit. Die worden hier allemaal van begin tot eind geholpen.”
Dat persoonlijke element is ook precies waarom online nooit volledig kan winnen van een winkel als Roetgerink. Niet omdat online slecht is — Roetgerink heeft ook een webshop — maar omdat er dingen zijn die een scherm niet kan geven. De pasvorm die je voelt als je de jas aan trekt. Het advies van iemand die jou en je stijl in drie seconden begrijpt. Het kopje koffie dat er gewoon bij is.
En voor Donders 1860 is da t ook de juiste omgeving. Jassen die vakkundig worden gepresenteerd, door verkopers die het verhaal kennen, aan klanten die de tijd nemen. Dat is waar een goed product tot zijn recht komt.
VAN DE LEU MÖW’T HEM, OOK IN DE TOEKOMST
Roetgerink heeft een motto dat al generaties lang klopt: “Van de leu möw’t hem”. Voor de mensen woonachtig buiten Twente vertaald: van de mensen moet je het hebben.
Het vertrouwen van de klant is alles. Dat vertrouwen bouw je niet met advertenties: je bouwt het met eerlijkheid, consistentie en kwaliteit, dag na dag, jaar na jaar, generatie na generatie.
Donders 1860 hanteert dezelfde filosofie. Geen ingewikkelde positionering, geen bombastische claims: gewoon een goed product, een eerlijke prijs, een partner die weet wat hij levert. En als dat niet werkt? Dan praat je erover. Dan pas je aan en dan kom je samen tot een oplossing. Dan groei je pas echt samen.
Want dat is uiteindelijk wat deze samenwerking zo duurzaam maakt. Niet de contracten of de marges, maar het feit dat beide partijen dezelfde waarden delen. Kwaliteit boven kwantiteit. Relatie boven transactie. Lange termijn boven kortetermijnwinst.
Het bewijs ligt in de cijfers: zestien procent omzetgroei in het meest recente jaar. Een nieuwe jassenafdeling die een verdere groei in het jassensegment in het vizier heeft. En een samenwerking die hoe lang die ook al duurt, nog volop in beweging is.
“Ik denk dat voor ons samenwerking met leveranciers heel belangrijk is. Als je samenwerkt, als je samen leeft eigenlijk, dan krijg je de meest duurzame en langdurige relaties. En samen moet je er ook geld aan verdienen. Ik denk dat Donders daar heel mooi bij past.”
Terug naar die marskist in de vitrine. Christiaan Roetgering ging van deur tot deur met koffiebonen en stoffen en de overtuiging dat eerlijkheid en service de weg zijn naar duurzaam succes. 170 jaar later is zijn bedrijf uitgegroeid tot dé Modestraat van Twente. Vijf generaties familie. Meer dan 240 medewerkers. Een uitstraling die ver buiten de regio reikt.
Donders 1860 heeft een vergelijkbare worteling: in vakmanschap, in leer, in outerwear die generaties meegaat. In een vertegenwoordiger die weet wat hij aan moet trekken. In een product dat zichzelf verkoopt: in de herfst, in de winter, maar ook zeker in de lente en de zomer.
Van de leu möw’t hem.
En van Donders 1860 ook.